Roos (12)

Vanuit het ziekenhuis vertrok ik naar het huis van Anna. Dokter De Graaf had me haar sleutel gegeven en toen ik voor de deur stond moest ik even op adem komen voordat ik naar binnen kon. Ik had beloofd kleren voor Anna op te halen zodat ze mooi in haar kist zou liggen. Ik wist niet wat ik kon verwachten in het appartement. Ooit was ik er binnen geweest en onpasselijk geworden van de lucht die er hing en de kleine ruimte. Wat een naar mens ben ik toch. Ik had Anna altijd minderwaardig behandeld. Hoe kon ik dat toch doen?

Het appartement was uiteraard nog even klein en het rook er muf. Ik zette eerst een raam open en liep wat rond. Bekeek de boeken in haar kastje en zat even in haar leesstoel. Ik nam de tijd om de ruimte op me in te laten werken. Het was kleurrijk en creatief, eigenlijk zag het er best mooi uit. Alles paste op een gekke manier bij elkaar. Naast haar slaapbank, die nog uitgetrokken was, stond een klein kastje. Ik voelde een sterke behoefte daar in te kijken. Het lag er vol met schriftjes, brieven en papieren. Mijn ogen vlogen heen en weer over de pagina’s. Mijn handen begonnen te trillen en nadat ik een half uur had gelezen rende ik naar de badkamer om voor de tweede keer die dag mijn maag te legen. De brieven waren liefdesbrieven van Anna aan Arthur, allemaal retour gezonden. De inhoud werd hoe langer hoe meer wanhopiger. Ik kon niet geloven wat ik las. Anna had een relatie gehad met Arthur, de man die haar vader was. Ik vond ook nog een dagboek waarin ik las over hun ontmoetingen, over het vuurwerk waar Anna het over had en over haar ontdekking. Ze had ontdekt dat Arthur er meerdere vrouwen op na hield. Dat hij relaties had met jonge vrouwen en dat ze mij met hem in zijn kantoor had betrapt. Ze schreef over haar verdriet en angst.
Onderin het kastje stond een klein doosje. Ik opende het doosje en zag letterlijk het bewijs voor de woorden die ik net tot me had genomen. Foto’s van een naakte Anna en een naakte Arthur. Dat naakt dat ik vaker had gezien dan me lief was. Het werd me teveel.

Een paar uur later schrok ik wakker. Ik was blijkbaar in slaap gevallen op de slaapbank. Mijn haar klitte rond mijn mond en ik proefde het slijm dat uit mijn mond was gedropen en aan mijn kin zat geplakt. Het leek alsof de wereld er anders uitzag. Alle gebeurtenissen van de afgelopen dagen kwamen langs als ongenode gasten. Gasten die hun plek aan tafel opeisten en niet meer weg gingen. Ik moest de informatie in mijn hoofd ordenen. Ik moest nadenken. Ik wilde een glas water pakken toen de zoemer van de entreedeur ging. Het glas viel uit mijn handen. Wie wist er dat ik hier was? Misschien kwam Arthur Anna opzoeken. Wat moest ik doen? De zoemer bleef aanhouden en leek steeds luider te worden. Mijn nieuwsgierigheid won het van mijn angst en ik opende de deur. Nooit had ik kunnen vermoeden dat hij naar boven zou komen. 

 

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s