Anna (12)

Het speciale rusthuis bleek niets anders dan een ziekenhuis te zijn. De rit ernaar toe duurde een paar minuten en toen ik aankwam werd ik over gebracht naar een afgesloten gedeelte waar boven op de deur “psychiatrie” stond. Ik begreep onmiddellijk wat dat betekende. Ze geloofden me niet. Ze dachten dat ik gek was. Ik moest hier weg.

Dokter De Graaf was de hele tijd bij me gebleven in de ambulance. Ze toetste van alles in haar telefoon en keek af en toe zorgelijk naar mij. In het ziekenhuis werd ik verwelkomd door een jonge vrouw. Ze had de donkerste huid die ik ooit had gezien en hele kleine krulletjes die stijf tegen haar hoofd geplakt zaten. Ze nam mijn tas aan en begeleidde me naar een kamer. Ik installeerde me in bed en werd aan een infuus gelegd. Al snel was de kamer leeg en staarde ik naar het plafond. Ik was leeg en het leek wel of alle gedachten mijn lichaam hadden verlaten. Ook was ik ontdaan van ieder gevoel. Leeg was ik, een leeg omhulsel.

De deur werd met kracht opengegooid. Arthur kwam binnen gerend met een rood aangelopen hoofd en een dikke ader die wel leek te leven. ‘Wat heb jij allemaal gezegd? Stomme kleine koe.’ Hij trok aan mijn arm en het infuus schoot los. Hij schudde me heen en weer en het bed begon te bewegen. ‘Je moet je grote bek houden. Je weet niet waar je het over hebt en zeker niet met wie je te maken hebt,’ riep hij. Speeksel kwam uit zijn mond en belandde op mijn wang. ‘Ik heb helemaal niets gezegd. Alleen dat we van elkaar houden en dat wij vuurwerk samen hebben,’ jammerde ik zacht. Hij proestte het uit en riep: ‘van elkaar houden. Je bent niet goed wijs. Ik voel alleen maar minachting voor je. Het enige waar jij godverdomme goed voor bent is voor het openstellen van je benen. Ik wilde alleen je kut, niet het mens dat er aan vast hangt. Ik wil altijd alleen maar kut, welke dan ook. Die van je moeder, die van Roos of die van jou. Wat maakt mij dat uit. Je bent nog dommer dan je eruit ziet. Je hebt het ook nooit doorgehad van mij en je moeder. Ik was geen vriend van je moeder. Ik neukte haar, gewoon wanneer het mij uitkwam en zo ben jij ook ontstaan. Een foutje natuurlijk, maar toen ik zag hoe je opgroeide en hoe strak je in je vel zat, kon ik het niet weerstaan. Het bleek allemaal makkelijk te gaan, want jij was zo gewillig, zo naïef. Maar nu ben je te ver gegaan door de dokter te betrekken hierin. Ik heb altijd gezegd dat je onze relatie stil moest houden, nou ja, onze eenzijdige relatie dan. Maar je hebt je mond voorbij gepraat. Dat heb je al eerder geprobeerd en toen heb ik maatregelen getroffen. Ik moest jou stoppen. Helaas raakte ik je fiets onhandig waardoor de schade beperkt is gebleven.’ Ik trilde over mijn hele lichaam en voelde mijn bed nat worden. Ik liep leeg van angst en verdriet. Hij pakte mijn keel beet met beide handen en kneep mijn strot dicht. Hij zette meer kracht en ik voelde mijn eigen kracht, dat kleine beetje dat ik nog had, wegglijden. Ik sloot mijn ogen en verwelkomde de dood. Ik was er klaar voor. Dit leven was een aaneenschakeling van teleurstellingen en pijn geweest. Het was goed zo. Ik berustte in mijn lot. Opeens kreeg ik weer lucht en boog de donker getinte dokter zich boven me en vroeg waarom ik het bed had verschoven en het infuus er uit had getrokken.

In mijn tas zaten de nieuwe slaappillen die ik van dokter De Graaf had gekregen. Ze had een grote hoeveelheid gegeven, want dan kon ik vooruit, had ze gezegd. Daarbij had ik ook antidepressiva gekregen. Ik haalde alle pillen uit de verpakking. Ik vond ook nog wat paracetamol en diclofenac en ibuprofen. In mijn toilettas stopte ik altijd een paar doosjes van iedere soort, voor het geval dat. Nu was dat geval. Ik propte alles in mijn mond en nam een grote slok water om het weg te spoelen. Nog een hand met pillen en nog een slok water. Nog een strip leegmaken en doorslikken met water. Er was nog over. Ik nam alles en belde Roos. Ik wilde haar als laatste persoon spreken. Ik zou haar vertellen over Arthur. Dat hij gevaarlijk was, dat hij boos was, dat ze moest oppassen. De toetsen werden wazig. De telefoon ging over en over en over en sprong op voicemail. De telefoon viel uit mijn hand en ik viel mee, op reis naar de duisternis of misschien wel het licht.

 

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s