Roos (8)

We hadden toch een duidelijke afspraak en nu is Anna niet op komen dagen. Ongelooflijk. Ik wilde haar vertellen dat ik het wist. Ze moest toch de waarheid ook kennen? Of zou ze het al weten en was ze daarom niet komen opdagen? Ik kon haar wel wat aandoen, maar ook weer niet. Nu ik de waarheid wist, alle puzzelstukjes op hun plaats waren gevallen, nu kon ik toch niet doorgaan met haar zo te behandelen zoals ik altijd deed, als voetveeg? Wat een rotzooi toch allemaal. Ik dacht dat ik wist wie ik was, dat ik wist waar ik vandaan kwam, maar na vandaag is alles op zijn kop gezet. Alle waarheden zijn weggespoeld als het sop in de gootsteen. Ik had het nooit gemerkt. Hoe blind was ik al die jaren. Al die tijd dat Anna in de buurt was, had ik niets in de gaten. Dat verdomde dagboek. Ik ging antwoorden zoeken en vond een waarheid die ik liever in de schaduw had gelaten.

Het dagboek lag op mijn keukentafel. Toen ik het had gevonden, het lag te pronken in een van de lades van de secretaire van moeder, had ik onmiddellijk geweten dat dit het dagboek was. Het had een dikke zware zwarte kaft, het papier was dun en hier en daar gekreukeld en vergeeld. Het handschrift van moeder was duidelijk. Ze schreef met vulpen. Het dagboek was dik en ging al vele jaren mee. Ik bladerde er door heen en zag soms een korte notitie over een dag en soms een langere verhandeling van wel drie pagina’s. Ik voelde dat ik een schat in handen had. Met deze schat kon ik ook mijn moeder beter leren kennen. Ik hoorde voetstappen op de trap, ik stopte het dagboek in mijn tas en glipte de kamer uit. Ik liep Gerard tegen het lijf. ‘Dag mevrouw Roos. Ik wist niet dat u er was. Blijft u dineren? Dan zorg ik dat de keuken op de hoogte is van uw verblijf.’ De beste man liep gebogen. De jaren begonnen hem zwaar te vallen. Hij was al mijn hele leven en nog langer in dienst van het huis. Hij regelde alles en stond altijd fier rechtop. Nu zag ik een gebroken man, een man met pijn en een vermoeide blik in zijn ogen. ‘Nee Gerard, ik blijf niet. Ik kwam alleen iets ophalen, maar moet nu rennen. Dag.’ Ik glipte zo snel als ik kon langs hem heen en rende de trap af. Hij mocht niet weten dat ik het dagboek had meegenomen. Moeder zal vanavond ontdekken dat het weg is en furieus zijn. Gerard zou de schuld krijgen. Dat speet me, maar het kon nu niet anders.

Ik reed naar het bos en parkeerde mijn auto. Ik kon niet wachten met lezen en pakte het dagboek. De geur van moeder drong zich binnen in mijn neus. Ik kreeg het er warm van. Trok mijn sjaal los en begon met lezen. De eerste jaren met pa kwamen aan bod. Ze schreef over haar huwelijk, over de problemen daarbinnen en over het gedrag van pa dat, na de pagina’s vorderden, steeds grilliger werd. Alle geheimen werden toevertrouwd aan deze pagina’s. Ik stelde de me voor dat ze uren achter elkaar schreef. Dat er soms een traan het papier raakte en daardoor de inkt wat vlekkerig was op de pagina, maar alle zinnen waren even zorgvuldig neergelegd op de lijntjes van het papier. Zelfs in de diepste emotie zag ik beheersing. Opeens voelde ik een immens respect voor mijn moeder. Ze had nooit iets laten blijken. Nooit deelde ze haar emoties en nooit sprak ze over haar echtgenoot. Die echtgenoot die aan een huwelijk met haar overduidelijk niet genoeg had. Hij had affaires met de kindermeisjes, met de schoonmaaksters, met vriendinnen van moeder en met vele anderen. Wat opviel was dat de partners van pa steeds jonger werden. Ik moest stoppen. Zou moeder het altijd hebben geweten van pa? Wat hij mij had aangedaan en nog steeds aandoet? Wist ze dat?

Ik las met moeite verder en daar stond het geschreven. Iets wat ik nooit had geweten, nooit had vermoed en waar ik niet naar op zoek was geweest. Ruim twintig jaar geleden had pa een affaire met een vrouw, genaamd Ingeborg. Zij was zijn secretaresse toen hij nog in de levensmiddelen zat. Ze hadden blijkbaar een langdurige relatie. Ingeborg was een jaar geleden onverwachts overleden. Met Ingeborg had pa een dochter gekregen en hij heeft al die jaren ook voor haar gezorgd. Hij had een dubbel leven waar niemand achter mocht komen. Die dochter was Anna.

In een reflex belde ik Anna en vertelde haar dat ze naar me toe moest komen. Ze klonk suf en verward aan de telefoon. Natuurlijk zou ze komen, want Anna gehoorzaamde altijd. Maar niet vandaag. Ik zat al uren te wachten. Ik moest haar opzoeken. Dan zou ik zelf naar dat afstotelijke appartement van haar gaan en de waarheid vertellen. Voordat ik ging werd ik gebeld. Het was pa. Ik drukte hem weg en gooide de telefoon in de hoek. Tranen begonnen over mijn wangen te stromen. Ik had al jaren niet gehuild. Ik verloor alle controle. Ik moest Anna zien. Alleen zij kon mij helpen. 

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s