Roos (6)

Toen ik mijn ogen opendeed zocht ik naar mijn telefoon. Het was zes uur, zoals gewoonlijk. Ik spoelde de nacht en de herinnering aan de vorige dag van me af en besloot een stuk te gaan rennen. De zon kwam op en het was nog rustig in de stad. Dit vond ik het fijnste moment van de dag. Geen mensen om me heen, geen drukte, geen lawaai, geen pa en  al helemaal geen zorgen. Tijdens het lopen fantaseerde ik over hoe mijn leven zou kunnen zijn. Ik zou een man hebben en één of twee kinderen, misschien zelfs drie. Samen ontbijten, veel lachen en dansen in de keuken. Mijn man had mij lief zoals een man lief moest hebben. De kinderen waren gelukkig en maakten tekeningen van het gezin. Pappa met lange armen, harken als handen en benen zonder voeten. Ik met gekke haren, schele ogen en een grote glimlach. Het geluk straalde er van af. We aten op zaterdag friet met knakworsten en speelden kwartet. Dit was het leven dat ik wilde, maar de droom leek mooier dan de werkelijkheid ooit zou kunnen zijn.

Na het lopen at ik wat yoghurt met muesli en honing en besloot ik mijn moeder op te gaan zoeken. Nu nog niet, want moeder ontving pas na elf uur bezoek. Eerst las ik het rapport van de brandweer. De brandweer had nadat het sein brandmeester was gegeven een onderzoek verricht naar de oorzaak van de brand. In het rapport werd gesproken over een tweede onderzoek door het NFI. Mijn hart begon sneller te kloppen. Het NFI wordt alleen maar bij een onderzoek betrokken als er sprake is van een vermoeden van een misdrijf. De brand in de winkel was toch een ongeluk? Ik sloeg hele stukken uit het rapport over. Er was een reconstructie gemaakt van die avond en wat er was gebeurd. De brand was rond 23.15 uur begonnen. Het eerste vermoeden was dat de brand in de keuken was begonnen, omdat er een gaslek was: een klein gaatje in de gasleiding. De keuken grensde aan de achterkant van de winkel. De winkel bestond uit twee gedeelten. De rechterkant was geheel ingericht als boekwinkel en telde twee verdiepingen. Beneden stonden de secties: literatuur, trillers en kunstboeken, aangevuld met tijdschriften, kranten, kaarten en verschillende soorten notitieboekjes. In de hoek schuin achter de kassa’s was een muur gezet met een kleine doorgang. Daarachter zat het kinderparadijs. Een hele wand met kinderboeken en een muur vol met schoolbordverf. Daar konden kinderen de mooiste tekeningen op maken. Elke derde woensdag van de maand kwam de voorleesfee. Alle kinderen zaten dan op kussentjes in die kleine ruimte ingespannen te luisteren naar de mooiste verhalen.
Op de bovenste verdieping was plaats ingeruimd voor kookboeken, buitenlandse literatuur (Engels, Duits en Frans), wetenschappelijke boeken, spirituele boeken, poëzie en allerlei boeken gericht op verschillende hobby’s, zoals tuinieren, schilderen, breien, haken en modelvliegtuigbouw. Het pand had beneden een doorgang naar het andere pand. Daar waren ook twee verdiepingen. Beneden was het café en het podium. Schrijvers, dichters en muzikanten gaven lezingen en optredens. Elke derde zondag van de maand was er ook een bijeenkomst van de boekenclub. Ruim veertig leden namen deel aan soms hevige en emotionele discussies over het boek dat ze hadden gelezen. Deze bijeenkomsten werden altijd afgesloten met een borrel en een hapje. Op andere dagen was het café open van 10.00 uur tot 16.00 uur voor koffie, thee, gebak, sapjes en lunchgerechten. Achter het café was de keuken en via de hal kon men de toiletten bereiken en een deur met het woord “privé” er op. Achter die deur was de trap naar boven. Boven was ons kantoor en een kleine relaxruimte met een bed, een bankje en een wastafel.

In het rapport stond dat de keuken en het café helemaal waren vernietigd en dat een gedeelte van het andere pand ook schade had opgelopen. Bijna alle Nederlandstalige literatuur was verdwenen. Ook de kunstboeken en trillers waren vergaan, maar de hoek met de kinderboeken was gespaard gebleven. De onderzoekers hadden in de ruimte bij de literatuur vezels gevonden. Die waren onderzocht en bleken besprenkeld te zijn met spiritus. Mijn maag speelde op. Wat stond daar? Er waren vezels gevonden besprenkeld met spiritus in de winkel. Voor de schoonmaak hadden we spiritus in de keuken, maar niet in de winkel. Hoe kwam dat daar? Wie had dat gedaan? Was er dan opzettelijk brand gesticht? Door wie? Waarom? De vragen tuimelden door en over elkaar in mijn hoofd. Het zweet brak me uit en voor dat ik het wist leegde ik mijn maag over de keukenvloer. Ik braakte de muesli in brokjes uit. Nog meer vragen kwamen op. Zou pa dit al hebben gelezen? Zou hij achter de brand zitten? En Anna? Ik raakte in paniek. Ik voelde het opkomen. Mijn ademhaling ging sneller en hoger. Ik moest een zakje pakken anders ging het fout. Al sinds mijn kindertijd had ik hyperventilatie, maar de laatste jaren had ik het onder controle, zelfs na de bezoeken van pa kwam er geen aanval meer. Rustig ademen nu, in en uit, in en uit. Na een kwartier voelde ik dat ik mezelf weer onder controle had. Eerst die kots opruimen, nog een keer douchen en dan moeder bellen. Ik moest haar zien en haar vragen of ze pa laatst nog had gezien. na de scheiding zagen ze elkaar nog regelmatig. Wie weet wist ze iets over de brand. Had hij er met haar over gesproken. Tegen al mijn ervaringen in verwachtte ik haar steun. Dat bleek weer een vergissing te zijn.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s