Vervolg: Roos (1)

Vandaag begon als een ongelooflijke klote dag. Eerst belde de leverancier dat de betaling van de factuur niet uitgesteld kon worden. Ik legde hem voor de duizendste keer uit dat het nu echt onmogelijk was om te betalen, maar die klootzak bleef maar doorzeuren. Hij had wel een oplossing. We konden op een date gaan. We konden samen gaan eten en dan zou een andere datum in het systeem gezet kunnen worden voor de betaling, over een maandje bijvoorbeeld. Nou fuck het systeem en hem erbij. Ik crepeer nog liever dan dat ik een avond tegenover die man moet zitten om te kijken naar hoe hij met zijn kleine vette vingers zijn eten binnen werkt en vervolgens etensresten in zijn dikke borstelsnor laat hangen om nog maar over zijn gele tanden te zwijgen. Hij kon de factuur in zijn reet steken en zijn etentje erbij.

Om de dag nog wat te verder te verzieken had mijn poes bedacht mijn nieuwe crème kleurige bank onder te kotsen op verschillende plekken. De kots was al opgedroogd. Ze was vannacht flink tekeer gegaan. Het bruine drab lag op vijf verschillende plekken. Heel creatief gerangschikt, want elke uitbarsting uit haar maag had een andere vorm. Het leken vlekken uit de Rorschachtest. Ik zag een woedende vrouw in één van die vlekken en dat beeld kwam overeen met hoe ik me voelde. Het schattige poesje had besloten haar kop niet te laten zien en dat was een verstandig besluit. Wanhopig probeerde ik de vlekken uit mijn bank te elimineren. Ik weigerde om mijn moeder te bellen. Poetsen is haar passie, maar mij de les lezen geeft haar nog meer vreugde. Ze zou me natuurlijk allereerst  vertellen dat een crème kleurige bank geen goed idee was geweest. Dat zo een bank bij niemand een veilig onderkomen heeft en al helemaal niet bij mij. Vervolgens zoude de verwijten afgevuurd worden. Ik bel te weinig, kom nooit langs en als uitsmijter wordt de standaard plaat afgedraaid over baby’s en dan met name het gebrek daaraan in mijn leven. Heel misschien kreeg ik een tip om mijn bank weer terug te brengen in de oorspronkelijke staat, maar het enige waar ik aan kon denken was: laat maar. Ik koop liever een nieuwe.

Als laatste ergernis, waardoor deze dag al voor 11.00 uur te kwalificeren was als uitermate klote dag, was de ontvangst van een e-mail waar ik niet op zat te wachten. Erger nog, het was een e-mail die mijn maag deed omdraaien. Dat ik net een berg kots had opgeruimd, had daar ook mee te maken, maar deze e-mail en dan vooral de bijlagen deden mijn ingewanden ineen krimpen. Het was een korte e-mail van de brandweercommandant. Hij was degene die ter plaatse was toen de brand al brullend en krijsend uit het dak kwam gestormd. Hij was ook degene die vertelde dat dit deel van het pand niet meer gered kon worden en dat zijn mannen hun uiterste best deden om het pand ernaast te redden. Ik kon het niet geloven toen ik gebeld werd. Ik lag al in bed, een beetje te lezen en na te denken over de toekomst van de inkoop. Na genoeg getobd te hebben viel ik in een onrustige slaap. Ik zag mijn vader met dozen sjouwen. Hij riep dat ik moest komen helpen. Hij kon het niet volhouden. De dozen bleven zich als vanzelf opeenstapelen, steeds hoger en hoger en telkens als ik naar hem toe liep, bleek hij verder weg te geraken. Ik kon hem niet helpen en ik zag zijn lijf ineenkrimpen en toen schrok ik wakker van Led Zeppelin. Whole lotta love, werd door mijn kamer gebruld. Het duurde even voordat ik door had dat het mijn mobiel was. Ik nam op en hoorde aan de andere kant een hoop geruis en een stem die schreeuwde dat ik onmiddellijk moest komen naar de winkel. Ik trok snel mijn spijkerbroek aan die nog op de grond lag en rende zo hard ik kon naar buiten, stak de straat over en rende mijn longen uit mijn lijf. Waarom ik mijn fiets niet pakte, begrijp ik nu nog steeds niet.

De e-mail was kort. Het rapport van het onderzoek werd binnen drie dagen verwacht, maar de foto’s konden al vrij gegeven worden. Ik bekeek het zwart geblakerde pand en sloot abrupt mijn laptop. Niet nu. Ik wilde het niet zien. Ik kreeg het benauwd en besloot een stuk te gaan fietsen en een ontbijt te scoren. Mijn maag moest tot rust komen. Ik raapte mijn jas op van de vloer, trok mijn laarzen aan, schikte mijn haar -voor zover daar enig model in te krijgen was- en trok de schuurdeur achter me dicht. Na een minuut of vijf fietsen sloeg ik de Dwarsstraat in en zag ik haar op een afstand lopen. Ik vervloekte deze dag en mezelf. Van alle routes die ik kon kiezen koos ik deze waarbij ik de kans liep haar tegen te komen. Godverdomme toch. Ik kon geen kant uit, ze had me al gezien en dus moest ik stoppen.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Eén gedachte over “Vervolg: Roos (1)”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s