Nacht

 

Dieper naar voren kan ik mij niet buigen
over de wereldrand, spaarzaam verlicht.
Met het gelaat op blinde duisternis gericht
kan ik mij van Gods glans niet overtuigen.

De verste nadering betracht ik in de vele
gedachten die ik naar dat hol gebied
uitzend; talrijke keren niet,
doch ik verlies mij in dit koppig spelen

en in de pijn die tot een lust verdooft
om hun verminkte wederkomst waaraan
‘k een wreed en zeker teken hecht van Gods bestaan:
dat ginds een wand is waar wat in hem gelooft
en tot zijn licht vliegt blindelings op stuit.

Doch wellicht hoort hij in de stilste nachten
het zieke ritselen van mijn gedachten
die zich te pletter fladderen buiten op zijn ruit.

Leo Vroman

Blik

Priemende ogen
gevestigd op mijn ziel
los schudden
schuchter wegkijken

Rillingen blijven
op onderzoek uit
zenuwen beroert
stiekem teruggeloerd

Langzaam rode vlekken
trekken omhoog
kleur bekennen
gevecht verloren

Beker thee is mijn redding
stevig vasthouden die
warmte van de waarheid

Uiteindelijk uitgeblust
ogen gedoofd
omarm mezelf.

Schoolreisje

een rugzak vol zin
pakjes met plezier
een zakje vol verwachtingen
en een glimlach achter
in de broekzak

kijk hier
voel daar
proef dit
racen, springen, lachen
alles is nu

rode konen glimmen
me tegemoet
moddervoetjes springen
in het rond, petjes scheef
oogjes dicht

de reis gaat verder
in dromenland
een land vol ijskoude
raketjes, broodjes met
plakkerige kaas, pakjes sap
en handen vol snoep

en heel veel schommels,
zand, glijbanen, lammetjes
gras, water, modder, treintjes
en skelters

lege rugzakken vertrekken
pakjes opgemaakt
zakjes leeggezogen
allemaal waargemaakt

maar die glimlach is
uit die broekzak

vastgeplakt op snoetjes
vol zonnebrand en suiker

niet meer weg te poetsen

 

 

Groen

Ik denk
Ik denk
wat jij niet denkt
en het is groen

de zachte kleur
die schittert
in jouw ogen

het geritsel
van de nieuwbakken
blaadjes aan de bomen

de ketting die
uitbundig hangt
aan mijn nek

de verwachting
dat het leven
zijn belofte nakomt

de gedachte aan
het palet
van voorbije momenten

de kleur van mijn
tas die bungelt
over mijn schouder

maar vooral de kleur
van de liefde voor jou

 

Loslaten

Manlief en ik zijn gezegend met twee gezonde dochters. Ik ben niet religieus, maar wil toch het woord “gezegend” gebruiken. Naast dat het zo mooi klinkt, is de betekenis ook zo toepasselijk in dit geval. Na een week met verdrietig nieuws van mijn éne vriendin over een verloren leven en het heuglijke nieuws van een andere vriendin over een nieuwe aardbewoner besef ik me weer te meer hoe dankbaar wij zijn met deze twee kinderen. Ook al is de jongste nu geveld met een ziekte. Haar lichaam zit vol rode plekken, de fut is uit haar lijf en het huilen staat haar nader dan het lachen, toch ben ik ook hier dankbaar voor. Ze maakt iets mee waar we het stempel “gewoon” op kunnen drukken. Het is maar een gewone kinderziekte, hoe vervelend voor de betrokkene ook.

Op dit soort momenten zou ik die twee kinderen willen bevriezen in het moment, verkleinen en in mijn broekzak over mee naar toe willen nemen. Ik wil ze voor altijd vasthouden en dicht bij me hebben. Dat is natuurlijk niet echt gezond. Dus het grote “loslaten” (verschrikkelijk woord) komt er ook een keer aan. Wanneer moet je nu eigenlijk beetje bij beetje gaan loslaten? Dat staat nergens beschreven, er is geen handleiding voor. Ik heb ondervonden dat dat gebeurt. Het gebeurt op het moment dat het kan.

Gisteren was onze oudste dochter gaan spelen bij twee meiden uit haar klas. De meisjes zijn een jaar ouder, dus bijna 8. Ik was gaan lunchen met een vriendin en liep daarna met haar nog wat door de winkelstraat. Opeens zag ik één van die twee meiden en ik dacht “dat is gek, Rika zou toch gaan spelen? Nu staat F daar alleen een ijsje te eten.” Rika kwam vervolgens uit de Wereldwinkel gerend. ‘Hoi mam, je mag absoluut niet naar binnen. We kopen een cadeautje voor je voor moederdag.’ Het eerste wat ik dacht is: waar zijn de ouders van die meisjes? ze laten mijn kind toch niet zomaar alleen met die meiden op de fiets over die drukke straat een ijsje kopen? en weten ze dan wel hoe ze terug moeten? en hoe komen ze aan het geld? Ik werd haast duizelig van al deze gedachten. Toen keek ik nog eens naar de situatie en zag het volgende: drie meiden met een plan. Ze hadden precies bedacht wat ze wilden gaan doen, ze hadden voldoende geld bij, letten goed op elkaar en hielpen elkaar waar nodig.

Wat ze van mij nodig hadden was vertrouwen. Het voelde goed, dus dat geschenk gaf ik hun.

Wauw, dus dit is loslaten. Ik hoefde er (bijna) niets voor te doen. Het leven kan toch zo simpel zijn.

Dromen

Met open ogen
dromen over groene
grasduinen van ver

Of over waterijsje
in felle kleuren
gemorst op het tafelkleed

Zacht inademen
laat maar stromen
die dromen

In en uit
ze vinden hun weg
over dijken, duinen

Struiken, stapelen en
verzamelen
oppotten voor slechte tijden

Een droom bij de hand
altijd makkelijk
vooral bij slecht weer

Mooie kleuren, vormen
gedachten en gevoelens
voor elk moment een andere

Dromen over dromen
zelf met gesloten ogen
droom ik nog

Domien

Verdriet in het licht, nog meer in de schaduw. Het licht is uit en de tranen stromen over mijn wangen. Kussen doorweekt. Donker omvat me. Adem stokt. Morgen weer een dag. Blik naar voren.

Een leeg omhulsel in een mand. Kou dringt door me, grijpt me, overheerst me. Schaduwen op de muur. Vormen die mijn fantasie prikkelen. Vragen stromen. Wat had kunnen zijn is niet. Morgen weer een dag. De eerste van velen. Telkens weer een dag.

Wat als het licht nu gedoofd is? Hoe krijg ik het weer aan. Gevoelens stromen. Over. Dicht tegen me aan blijf je. Een naam krijg je. Een andere naam krijg ik. Kan het niet waarmaken. Nu niet. Zoekend naar het licht is er morgen weer een nieuwe dag. Samen met jou.

Verrast

Kunst vraagt. Kunst antwoordt. Kunst verbindt. Kunst verbaast. Kunst verwondert. Kunst gruwelt. Kunst emotioneert. Kunst frustreert. Kunst schijnt. Kunst maakt. Kunst breekt. Kunst voedt. Kunst ontroert. Kunst troost. Kunst helpt. Kunst twijfelt. Kunst verbeeldt. Kunst vertaalt. Kunst raadt. Kunst haat. Kunst heelt. Kunst vergeeft. Kunst heeft lief. Kunst huilt. Kunst is boos. Kunst schrijft. Kunst rijmt. Kunst kleurt. Kunst maakt schoon. Kunst vergaat. Kunst vereeuwigt. Kunst verrast.

En dat laatste overkwam me gisteren letterlijk. Aan het staartje van drie dagen Kunstroute in Tholen liep ik samen met vriendin M een atelier binnen en werd aangestaard. Een man zat aan een tafel vlakbij de deur en keek me aan en wees met zijn wijsvinger naar me. Zijn ogen priemden in me en hij zei: ‘Ja, jij. Jij bent het.’ Ik voelde me even ongemakkelijk. Gedachten raasden met een rotgang door mijn hersenpan. Wat had ik gedaan? De man stond op en liep naar me toe. Vlak voor mijn neus bleef hij stil staan. Ik moest omhoog kijken om de man die boven me uittorende aan te kunnen kijken. Ik was de 200ste bezoeker van het atelier en daarmee werd ik gefeliciteerd. Hij trok me mee naar achter en riep uit. ‘Jij mag een schilderij uitkiezen, want je bent de 200ste.’ Ik was zo verrast dat ik alleen maar kon glimlachen. Ik stamelde wat onverstaanbaars. Wauw.

De man haalde uit een plastic tasje twee doeken. De één, een klein doek van een donkere onstuimige zee met dreigende lucht en een gouden lijst. Het andere doek was een slag groter (zo ongeveer 30×40 cm) met daarop een lichter tafereel met een goud en donkere omlijsting. Ik was zo verrast dat ik even de tijd nam om het moment en de doeken in me op te nemen. We brachten ze naar beter licht en mijn ogen besloten snel. Het lichtere doek met de zachte lucht en zandachtige ondergrond waarop blokken (strandhuisjes, pilaren of wat dan ook) te zien waren, bleef aan mijn ogen trekken. Het mysterieuze en het luchtige trok me aan en ik koos dit schilderij. Een echte Jaap de Jonge. De kunstenaar signeerde het schilderij en ik ging naar huis met een prachtig nieuw doek.

Wat verder zo verrassend is aan dit gebeuren is dat ik voor de Kunstroute van dit jaar een intentie had, namelijk om een kunstwerk aan te schaffen. Ik had al een leuk schilderij met drie fietsende dames op de rug gezien, gespot. De dames waren in Zeeuws klederdracht gekleed en dit schilderij bleef in mijn hoofd zitten. Met manlief had ik afgesproken dat als ik met mijn vriendin nog een keer zou gaan kijken ik dan het schilderij zou kopen. Het lot besloot anders. Ik kreeg een doek in mijn schoot geworpen. Kunst geeft geluk.  Kunst verrast.

Jaap de Jonge