Verdriet in het licht, nog meer in de schaduw. Het licht is uit en de tranen stromen over mijn wangen. Kussen doorweekt. Donker omvat me. Adem stokt. Morgen weer een dag. Blik naar voren.
Een leeg omhulsel in een mand. Kou dringt door me, grijpt me, overheerst me. Schaduwen op de muur. Vormen die mijn fantasie prikkelen. Vragen stromen. Wat had kunnen zijn is niet. Morgen weer een dag. De eerste van velen. Telkens weer een dag.
Wat als het licht nu gedoofd is? Hoe krijg ik het weer aan. Gevoelens stromen. Over. Dicht tegen me aan blijf je. Een naam krijg je. Een andere naam krijg ik. Kan het niet waarmaken. Nu niet. Zoekend naar het licht is er morgen weer een nieuwe dag. Samen met jou.