Afscheid

Vandaag nam ik afscheid van een dierbare. Gewoon aan de keukentafel. Nou ja gewoon? Het was heel erg heftig. De tranen vloeiden rijkelijk en alsof er een pact was gesloten deed de regen de hele dag mee. Tranen binnen en tranen buiten. De onvoorstelbare strijd die ze heeft geleverd, is niet in woorden te vatten. Ik kwam thee drinken en wist dat dit waarschijnlijk de laatste keer zou zijn dat ik haar zou zien. Zeker weten doe ik het niet, want ze voert al zes jaar een strijd en misschien leeft ze nog als ik terug kom van vakantie.

Ik voelde dat ik al een tijdje om het afscheid zat heen te dwalen. Ik wilde er niet aan, maar nu kwam het besef opeens dat ik nog direct en in persoon afscheid kon nemen. Straks was ik misschien te laat of zou ik geen contact meer hebben. Dus toog ik door de regen vanochtend naar haar toe. Haar man en dochter waren ook thuis en onze kinderen gingen ook mee. De sfeer was luchtig. Er werd gebabbeld over de vouwwagen, over het plaatse Veere -en dan vooral over het feit dat heel Nederland er heen gaat, maar niemand wil toegeven dat het hele plaatsje eigenlijk geen reet voorstelt- en over de kinderen. Na twee kopjes thee was het tijd om te vertrekken. Ik trok mijn jas aan en liep naar haar toe. Gaf haar een kus op haar wang en zei “hou je taai. Ik hoop je na de vakantie weer te zien.” Daaraan voegde ik toe: “maar als je wilt gaan, dan moet je gaan. Ik begrijp dat en zal je nooit vergeten.” Die hakte er in. Tranen vlogen alle kanten op en zij hapte naar adem. Ze kan niet meer praten en liet de computer aan het woord. Met haar ogen toetste zorgvuldig haar woorden in. “Je bent een lieve meid, altijd geweest. Altijd gezellig kletsen. Nog bedankt voor je mooie gedicht. Ik ga mijn best doen om het zo lang mogelijk vol te houden.”

Daar stond ik dan. Met mijn jas aan, op mijn sokken in haar keuken. Arm om haar heen. Snot en kwijl van haar gezicht poetsen. Haar man moest voortdurend haar kaak terug duwen, omdat die bij hevig huilen uit de kom schiet. Afscheid nemen van een dierbare is vreselijk. De wijze waarop wij daar stonden en zaten was surrealistisch. Ik kreeg het in mijn hoofd niet aan elkaar geknoopt. Mijn hoofd tolde er van. Snot bleef komen en het liefste wilde ik op de grond vallen van de pijn. Het doet zo ontzettend veel pijn om iemand zo te zien lijden.

Dat is het leven. Geen zoetsappige gedichten, geen rozengeur en maneschijn. Nee, keihard leed dat je in de bek kijkt en uitdaagt. Hoe ga je met me om? Wat wil je nou? Je krijgt me toch niet weg. Dat zijn de momenten die er toe doen. Wat zeg je op zo een moment? Hoe uit je je gevoelens?

Op de fiets terug naar huis voelde ik dat er iets bijzonders was gebeurd tussen twee mensen. Dat voelde goed. De tranen gleden mee met de regen naar de afvoer. De pijn bleef. Na een moment van ontspanning nam ik de kinderen mee naar de supermarkt. Er moest nog wat boodschappen in huis gehaald worden. Ik liep wat verdwaasd en doelloos rond en in mijn ooghoek zag ik een arm de lucht in gaan. Daar zat ze in haar rolstoel, voortgeduwd door haar dochter die naar me zwaaide. Na het afscheid zagen we elkaar weer in de supermarkt. Hoe surrealistisch wil je het hebben opgediend? Ook dat is weer het leven.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s