Levensverhaal (4)

Vrijdagochtend

Vanochtend bezocht ik haar, niet wetende dat het dus de laatste keer zou zijn. Ze lag in een privé kamer van het Gasthuis. Die misleidende naam. Bij een Gasthuis denk ik toch eerst aan gezelligheid, gastvrijheid en roept de associatie vakantie bij me op. Dit was gewoon een ziekenhuis waar je dus ook dood kan gaan, mooi verpakt in de naam Gasthuis. De weg er naar toe was niet bijzonder te noemen. Zoals altijd reden we met de zon in onze rug weg en kwamen we in de grauwe grijze stad aan. Echt typisch weer om een ziek iemand te bezoeken. Ik had haar kamernummer gekregen van mijn zus, maar kon de kamer na een tijdje zoeken niet vinden. De dienstdoende verpleegkundige wees me naar de juiste kamer, ik keek naar binnen en raakte gefrustreerd. Ik had toch duidelijk gezegd dat ik voor mevrouw Van Weely kwam en de persoon die in dat bed lag was dat dus niet. Maar toen keek ik nog eens en schrok. Ze was het wel. Ze had een zuurstofmasker op en ademde  zwaar. De ogen waren gesloten en de haren waren vet en plakten om haar gezicht. Alle kracht was uit haar lijf verdwenen. Geen spoor meer te bekennen van die sjieke oudere dame die nooit zonder lippenstift, parfum en een goed gekapt kapsel de deur uit ging. De kamer waar ze in verbleef zag er net zo troosteloos uit als haar aanblik. Witte muren, een piepklein raam dat niet open kon en overal apparaten die op haar lichaam aangesloten waren en een kakafonie aan geluid produceerden. Aan de muur aan haar voeteneinde hing een poster van een tropisch eiland. Een verkleurde poster met een palmboom, een strand en wat ooit een azuurblauwe zee moest zijn geweest. Niet een plaats waar je in dit stadium in je leven naar toe wilt. Of misschien toch wel. Misschien probeerde het Gasthuis op deze wijze de mensen een aanblik op de hemel te geven, althans hun interpretatie van de hemel dan. Zij is gelovig en gekluisterd aan dit bed fantaseert zij vast over het hiernamaals. We hadden niet vaak gesprekken over het geloof. Ik vond het lastig. Vooral omdat ik, als hij/zij/het bestaat, boos ben op die God. Zij was nooit boos op God. Ook niet nadat hij van haar een stuk van haar lichaam afnam en nog erger, toen hij haar zoon bruut wegrukte. Maar die poster daar weet ik zeker van dat dit niet haar verbeelding van het hiernamaals was. Mijn cynische ik, die vaak langs komt, riep keihard in mijn hoofd dat het Gasthuis deze troosteloze aanblik gebruikt om te zorgen dat mensen gewoonweg snel willen vertrekken. Alles beter dan deze omgeving.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s