Regen

De hele dag klettert de regen op het platte dak van onze keuken. De lamp moet aan om de krant te kunnen lezen. Geen sprankje zon te bekennen. Grijs is de kleur van de dag. Het is grijs in verschillende variaties. Dat dan weer wel. De druppels blijven kleven tegen het raam alsof ze naar binnen willen. Ze hangen daar zo een beetje. Ze willen gered worden. Gered van de kou en druk om altijd maar naar beneden te vallen. Als ze konden dan zouden ze het uitschreeuwen “ook wij willen wel eens omhoog.” Maar helaas.

Als ik uit het raam kijk zie ik de toppen van de bomen die achter ons huis staan. De takken lijken naar me te zwaaien. Ik hoor opeens André Hazes “met die handjes in de lucht, allemaal. Van links naar rechts. Kom op mensen, het is feest.” Vreemd. André Hazes is wel de laatste waarvan ik verwacht had die ooit tegen te komen in mijn gedachten. Ik geloof niet dat ik eerder het genoegen (nou ja genoegen) heb gehad zijn gezicht voor me te zien, laat staan zijn stem in mijn hoofd te horen. Die bomen maken dus heel wat los bij me. Ze zijn nu nog bladloos en dat vind ik er soms zo triest uitzien. Zeker op een dag als vandaag. Zij blijven fier overeind. Ze kunnen niet anders en vangen al die wind, kou en nattigheid maar weer op. Ik zit warm binnen en zou wel naar buiten willen rennen om die bomen lekker in te pakken. Een warme gebreide trui bijvoorbeeld. Zo eentje waar ik zelf gigantische jeuk van krijg. Een goede foute trui, met een rendier erop. Al zijn die foute truien nu weer hip, dus weet ik eigenlijk niet meer wat fout is en wat mode correct. Verwarrend allemaal. Een probleem is wel hoe ik zo een trui bij een boom van een metertje of 12 aankrijg. In mijn fantasie laat ik me zo klein maken als vrouwtje theelepel (dat vond ik zo een fantastische serie toen ik klein was) en spring achter op de rug van een tortelduif. Deze vliegt met mij en de trui, die ook gekrompen is, naar de top van de boom en met een toverstafje tover ik, hocus pokus toedeledokus pas ik wou dat de trui om de boom was, in een mum van tijd de trui om de takken van de boom.

Maar als ik dan toch zo een toverstafje heb en de kunst van het toveren versta zou ik er ook voor kunnen kiezen om de lente te laten starten. Nu we geen winter hebben gehad vind ik dat we ook niet moeilijk moeten doen om de lente vroegtijdig van start te laten gaan. Dan prevel ik met mijn toverstafje in de hand de magische woorden “hocus pokus toedeledokus pas, ik wou dat de lente er was.” En poef, de krokussen vliegen uit de lucht in alle kleuren van de regenboog. De narcissen rechten hun kopjes fier omhoog. De bloesem viert feest zoals ze dat in Japan doet. De zon laat haar licht schijnen. Alle mensen laten hun humeur verwarmen aan deze verschijning. Als dat toch eens mogelijk was, dan deed ik het. Hocus pokus toedeledokus pas, ik wou dat ik een tovenaar was.

Auteur: schrijfbianca

Ik schrijf, dus ik ben.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s