De vakantie is weer voorbij. De koffers zijn leeg, de wasjes zijn gedraaid en de herinneringen opgeslagen op mijn harde schijf. Sinds lange tijd heb ik me echt goed en volledig kunnen ontspannen en dat smaakt naar meer.
Kamperen blijkt goed bij me te passen. Vorig jaar was het niet echt bevallen, maar nu paste deze camping zo goed bij me dat ik me na dag 1 al helemaal thuis voelde. Al blijft het wennen. Het volgende gedicht is ontsproten na het ontbijt op een mooie zonnige dag in Frankrijk:
Kamperen
alle geluiden slokken me op
het licht is feller
de lucht is blauwer
de geur van de ochtend hangt
aangenaam in mijn neus
elke dag vertraagt
het gras blijkt groener
maar ook platgetrapt
door al die voeten
mijn huid gebruind
haar gebleekt en het chloor
gonst in mijn oren
ook in onregelmaat zit
regelmaat
de dagen lijken langer
ervaringen intenser
aan het eind van de rit blijft
het geluid aan me kleven
ik word er niet rustiger door
de nachten zijn donker
maanlicht bereikt haar hoogtepunt
ik kijk haar aan
zij weet meer dan ze laat
merken en kijkt toe
Woord na woord neem ik
alles in me op
zie de kinderen voor me drentelen
springen, zwemmen
opeens bewust van de glans
van de maan
in de ochtend pikken
de mussen restjes croissant
zwemmen staat op het programma
in de ogen van het kind zie ik weer
die glans, ze kijkt me aan
met aan elkaar geplakte wimpers en roept:
Bommetje!
Vive la France